Huwelijksfoto Anna en Charel Jacobs - Van DijckAnna en Charel Van Dijck
Anna en Charel Van Dijck baatten kruidenierszaak 'in de klok' uit op de Sint-Bernardsesteenweg nummer 42. Naast hen was het pension 'Herberg-café Populaire' gevestigd van Paulina 'Poldine' Philippart. Anna en Charel waren bekende gezichten in Hemiksem. In 1942, ten midden van de oorlog, boden zij onderdak aan een joods meisje van drie jaar oud: Regina Sluzsny. Regina verbleef tot het einde van de oorlog bij Anna en Charel onder de naam Regina Desmet, zogezegd een kind van een nichtje dat niet voor haar kon zorgen.
Op de vlucht voor de bezetter
Het gezin Sluszny, vader, moeder en drie kinderen, ontvluchtte hun woonplaats in Antwerpen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog toen de bezetter daar Joden begon te arresteren en deporteren. Samen vonden ze onderdak op de zoldering van de herberg van Poldine in Hemiksem, Sint-Bernardsesteenweg 40.
Na enkele weken werden ze verraden aan de bezetter. Gelukkig kon Poldine op tijd verwittigd worden en vond het gezin een nieuw onderduikadres in Schelle. Voor Regina was er geen plaats op het nieuwe adres.
De kruidenierszaak op de Sint-Bernardsesteenweg
Regina's ouders moesten tijdens de oorlog meer dan 20 keer een nieuw onderduikadres zoeken. Charel zocht hen steeds opnieuw op om hen eten te brengen. Na het einde van de oorlog bleef de band tussen Regina en haar 'oorlogsouders' in Hemiksem hecht. Ze ging er zeer vaak op bezoek, tot hun overlijden in 1987 en '89. In 2011 kregen Anna en Charel een ‘Eerbetoon aan de Rechtvaardigen uit de Volkeren’ van Israël, als dankbetuiging voor wat zij deden tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De ervaringen van Regina
Regina sprak tijdens haar leven op ontelbare scholen over haar ervaring als ondergedoken kind. Over haar tijd bij Anna en Charel zei ze:
Als klein meisje mocht ik altijd vrij rondlopen in de winkel, zelfs wanneer er Duitse soldaten in de winkel stonden om iets te kopen. Ik had lange blonde krullen en zag er niet 'Joods' uit. Ik ben er bijna zeker van dat de hele buurt wist dat ik een Jodinnetje was. Niemand heeft me ooit verraden. Men zegt wel eens: "Onder de neus van de vijand, is men het veiligst." In mijn geval was dat letterlijk zo: het depot van de soldaten was bijna naast onze deur.
Anna en Charel hebben me tijdens de oorlog alles gegeven dat ik van ouders kon wensen: opvoeding, kledij, Nederlands leren spreken. Anna's zus was een kleermaakster uit de Depotstraat. Zij had me een pop gemaakt.
Op het einde van de oorlog vroeg mijn moeder aan Anna en Charel hoe ze hen ooit kon terugbetalen om mijn leven te redden. Ze hadden maar een wens: dat we elkaar nog vaak zouden blijven zien. Zo kwam het dat ik weekends en feestdagen doorbracht in Hemiksem. Tot aan hun dood bleven ze een deel van onze familie.
Rechtsvooraan: Herberg-café 'Populaire'